Horeca als politieagent? Het rookverbod op terrassen is geen werkbare oplossing
Als vaksschepen lokale economie in Deurne, uitbater van een koffiebar én ex-roker (tien jaar gerookt, zeven jaar geleden gestopt), zie ik het federaal beslist rookverbod op en rond terrassen vanaf 1 januari 2027 met grote bezorgdheid tegemoet. Niet omdat gezondheid onbelangrijk is, wel omdat dit verbod disproportioneel, moeilijk uitvoerbaar en schadelijk voor de horeca blijkt.
De maatregel maakt roken en vapen verboden op terrassen en in de onmiddellijke omgeving. Ook publieke rookruimtes in cafés, shishabars of sigarenclubs verdwijnen. Dat klinkt eenvoudig, maar de gevolgen zijn allesbehalve.
Terrassen: motor van beleving en omzet
Een terras is veel meer dan wat stoelen en tafels. Het is een verlengstuk van de zaak, trekt voorbijgangers aan en bepaalt vaak of iemand blijft hangen voor een tweede consumptie. Als klanten die willen roken telkens moeten opstaan en zich buiten de zone verplaatsen, daalt hun verblijfsduur en dus ook hun besteding.
Daarnaast hebben veel ondernemers de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in windschermen, verlichting en terrasverwarmers. Die inspanningen verliezen waarde als de beleving voortdurend wordt onderbroken door mensen die heen en weer lopen.
Klant en uitbater uit elkaar gespeeld
De kracht van een terras zit in het samenbrengen van verschillende mensen: gezinnen, vrienden, niet-rokers en rokers door elkaar. Het verbod breekt dat sociale weefsel open. Horeca Vlaanderen noemde het dan ook een “donkere dag voor de keuzevrijheid” van ondernemers.
Een pragmatische oplossing ligt nochtans voor de hand: laat de uitbater kiezen. Hij of zij beslist of een terras volledig rookvrij is, volledig rookterras of gemengd met een duidelijke scheiding. De klant kan vervolgens bewust kiezen waar hij zich het meest thuis voelt. De markt zal vanzelf uitwijzen welk model werkt. Het is niet nodig dat de overheid dit top-down oplegt.
Personeel als politieagent
Federaal minister Vandenbroucke (Vooruit) verwacht van uitbaters dat ze actief optreden tegen overtredingen. Daarmee verschuift de verantwoordelijkheid naar personeel dat eigenlijk moet focussen op gastvrijheid. Discussies en conflicten liggen op de loer, zeker als de afbakening van “op en rond een terras” onduidelijk blijft.
Onvoorziene neveneffecten
Het verbod verplaatst het probleem eerder dan het op te lossen. Roken gebeurt straks op de stoep of aan de rand van het plein. Dat zorgt voor zwerfvuil, extra lawaai en soms zelfs hinder voor omwonenden. Voor kleine cafés of zaken met smalle terrassen wordt het bovendien quasi onmogelijk overzicht te bewaren, waardoor de gezelligheid verdwijnt.
Gezondheidsdoelen zijn belangrijk, maar de aanpak telt
Het percentage dagelijkse rokers in België daalt al jaren en ligt intussen rond de twaalf à dertien procent. Dat is goed nieuws, en net daarom moeten de maatregelen zorgvuldig en evenwichtig zijn.
Door tegelijk ook vapen en rookruimtes te verbieden, neemt men instrumenten weg die sommige mensen net gebruiken om af te bouwen of te stoppen. Het risico bestaat dat de problematiek zich verplaatst naar de straat en dat stoppogingen moeilijker worden.
Constructieve alternatieven
In plaats van een absoluut verbod, zijn er haalbare oplossingen die gezondheid en horeca kunnen verzoenen:
- Aangewezen rookzones per plein of straat met peukentegels of asbakpalen, beheerd door de stad.
- Uniforme signalisatie zodat klanten duidelijk weten waar ze wel en niet mogen roken.
- Gefaseerde invoering via proefzones, met evaluatie op overlast, omzet en klantentevredenheid.
- Ondersteuning voor kleine ondernemingen met communicatiekits en opleiding voor conflictpreventie.
- Heldere perimeterdefinitie zodat handhaving rechtvaardig en werkbaar blijft.
- Keuzevrijheid voor uitbaters: rookvrij, rookterras of gemengd.
Tot slot
Als ex-roker weet ik hoe zwaar stoppen kan zijn en hoe waardevol gezondheidswinst is. Maar ik weet ook hoe essentieel terrassen zijn voor de leefbaarheid van onze horeca en onze buurten. Met dit verbod schuift men de volledige verantwoordelijkheid door naar ondernemers en klanten, terwijl er haalbare alternatieven op tafel liggen.
Daarom roep ik minister Frank Vandenbroucke en de federale regering op om dit beleid te herzien. Kies niet voor een rigide verbod dat weerstand oproept, maar voor een aanpak die gezondheid én horeca kan verzoenen. Geef uitbaters de vrijheid om hun terrasbeleid zelf te bepalen en werk samen met steden (én ook de districten 😉 ) aan praktische oplossingen. Alleen zo creëren we draagvlak en maken we van gezondheid een gedeeld doel, in plaats van een bron van verdeeldheid.
Beeld: Joris van Gennip




