Tien clichés over Pride die we mogen afvoeren
Er zijn mensen die je nooit ziet als het over gelijke rechten gaat. Maar zodra er een regenboogvlag wappert, staan ze vooraan met hun mening. Elk jaar opnieuw. Ze weten nauwelijks waarom Pride bestaat, maar voelen zich wel oprecht aangevallen door een vlag, een feest of gewoon door het bestaan van mensen die niet in hun kraam passen.
Ze verpakken het in woorden als “overdrijven” of “door de strot rammen”. Maar onder die laag zit iets eenvoudigers: ongemak met wie openlijk weigert zich te verbergen.
En dus komen ze met een repertoire aan zinnetjes die ze geestig vinden, maar die vooral tonen dat ze de wereld liever strak binnen hun eigen kader houden.
Hier zijn tien van die uitspraken en wat er mis mee is.
1. “Wanneer is het hetero pride?”
Elke dag. Je identiteit wordt overal bevestigd: in films, in reclames, in hoe mensen elkaar op straat begroeten. Dat je dat niet opmerkt, toont net hoe vanzelfsprekend jouw positie is.
2. “Ik heb niets tegen homo’s, zolang ze het maar niet opdringen.”
Alsof zichtbaar zijn hetzelfde is als opdringen. We zeggen dat ook niet tegen punks, kermisgangers in glitter of mensen in felgekleurde crocs. Het stoort alleen wanneer het buiten het keurslijf van ‘gewoon’ valt.
3. “Iedereen is gelijk, dus waarom aparte rechten?”
Omdat gelijkheid in wetten niet hetzelfde is als gelijkheid in de praktijk. Je laat ook geen rolstoelgebruiker en een sprinter op dezelfde baan starten en noemt dat eerlijk.
4. “Ik hoef toch ook geen optocht omdat ik normaal ben?”
Je bedoelt eigenlijk: wie anders is dan ik, is abnormaal. Dat is geen observatie, dat is zelfgenoegzaamheid.
5. “Ze zoeken gewoon aandacht.”
Zoals carnavalisten, trouwfeestgangers in verkleedkostuum of influencers met livecamera’s? Aandacht is pas een probleem als het bij een ander terechtkomt.
6. “Waarom moet het zo opvallend?”
Omdat decennialang “je mag zijn wie je bent, maar hou het discreet” neerkwam op: “Verstop je.” Zichtbaarheid is overleven.
7. “Als ik me als regenboog voel, krijg ik dan ook een vlag?”
Een grapje? Flauw. Als argument? Niet doordacht. Niemand vraagt erkenning voor een grap, wel voor hun bestaansrecht.
8. “Ik heb geen probleem met hen, als ze maar normaal doen.”
Normaal is geen universele standaard. Het is gewoon wat jij gewend bent. Vraag dat maar aan de buur die elke dag in camouflagebroek rondloopt.
9. “Het is tegenwoordig dapperder om hetero te zijn.”
Dapper is niet doen alsof je een slachtoffer bent, maar leven zoals je bent zonder je aan te passen aan andermans verwachtingen.
10. “Vroeger hielden ze dat privé.”
Vroeger hielden mensen ook angst, schaamte en zelfhaat ‘privé’. Daar is niets nostalgisch aan.
Pride draait niet om jouw ongemak. Niet om jouw nostalgie naar zogenaamd eenvoudigere tijden. Het is geen aanval, maar een uitnodiging om ruimte te geven aan wie die ruimte lang moest ontberen.
Als dat botst, is het misschien niet de wereld die te luid is geworden, maar jij die te stil staat. Dat kan. Je mag nog altijd gewoon jezelf zijn.
Alleen: anderen nu ook.
Love is love. Vier het.




