Van jonge scheut tot sterke stadsboom
Over bomen is de voorbije weken en maanden heel wat gezegd in Deurne. Dan vind ik het belangrijk om niet alleen vanop papier te reageren, maar ook te gaan kijken hoe het in de praktijk werkt.
Samen met het districtscollege bracht ik daarom een bezoek aan de bomenbank in Berendrecht. Daar krijgen jonge bomen jarenlang de tijd, ruimte en verzorging die ze nodig hebben om uit te groeien tot sterke exemplaren voor onze straten, pleinen en parken.
Wie denkt dat bomen daar gewoon wat staan te groeien, onderschat hoeveel werk erbij komt kijken.
Een boom groeit niet vanzelf uit tot stadsboom
In de bomenbank worden bomen opgekweekt vanaf een zeer jonge leeftijd. Daarnaast komen er ook exemplaren binnen vanuit andere kwekerijen.
Tijdens het bezoek zag ik hoe zorgvuldig iedere boom wordt opgevolgd. Naarmate een boom groeit, wordt zijn stam steviger, zijn kruin voller en zijn wortelgestel krachtiger. Dat proces vraagt tijd en vakkennis.
Een boom die later in een stedelijke omgeving terechtkomt, moet namelijk heel wat kunnen verdragen. Wind, droogte, hitte, beperkte ruimte en druk verkeer maken het leven van een stadsboom niet altijd eenvoudig.
Daarom worden bomen regelmatig gecontroleerd en voorbereid op hun toekomstige standplaats. Grotere exemplaren worden soms verplaatst of krijgen extra ruimte, zodat hun wortels zich beter kunnen ontwikkelen.
Dat verhoogt de kans dat ze na hun uiteindelijke aanplanting snel aanslaan en gezond verder groeien.
Iedere boom heeft zijn eigen karakter
Net zoals bij mensen groeit niet iedere boom op dezelfde manier.
Sommige soorten schieten snel de hoogte in. Andere ontwikkelen een brede kruin of hebben meer tijd nodig om stevig te worden. Ook de vorm van de wortels en de reactie op droogte of hitte verschillen van soort tot soort.
De bomenbank is daarom veel meer dan een opslagplaats. Het is een plek waar bomen worden voorbereid op een lange toekomst.
Wat vandaag nog een jonge boom lijkt, kan binnen enkele jaren schaduw bieden op een plein, verkoeling brengen in een straat en een herkenningspunt worden voor een hele buurt.
Van mooie woorden naar concrete projecten
Een bezoek aan een bomenbank is interessant, maar uiteindelijk telt natuurlijk wat er op het terrein gebeurt.
Daarom kijk ik vooral naar concrete projecten in Deurne waar we bestaande bomen bewaren, verplaatsen of opnieuw een toekomst geven.
Bij de heraanleg van de Lakborslei werden tien bomen verplant. Ze stonden al in de straat en kregen binnen het vernieuwde projectgebied een nieuwe plaats.
Ook op de Venneborglaan kreeg een boom uit de bomenbank een nieuwe thuis op het plein. Zo komt een boom die jarenlang werd voorbereid uiteindelijk terecht op een plek waar bewoners er iedere dag van kunnen genieten.
Een derde voorbeeld vinden we bij de geplande heraanleg van de Frank Craeybeckxlaan en de Te Couwelaarlei. Daar werden vooraf al maatregelen genomen om grote bestaande bomen later op een goede manier te kunnen verplanten.
Het gaat om stevige exemplaren die we niet zomaar willen verliezen. Door nu al voorbereidingen te treffen, vergroten we de kans dat ze tijdens de werken kunnen worden gered en nadien opnieuw binnen het projectgebied worden geplant.
Bomenbeleid vraagt voorbereiding
Een boom verplaatsen beslist ge niet op de dag dat de werken beginnen. Dat vraagt onderzoek, voorbereiding en een duidelijke planning.
De wortels moeten zich kunnen aanpassen en de boom moet op het juiste moment worden verplaatst. Ook de nieuwe standplaats moet voldoende ruimte, water en goede grond bieden.
Net daarom is zo’n bomenbank belangrijk. Ze toont hoeveel tijd en zorg nodig zijn om bomen sterker te maken en hen voor te bereiden op een leven in de stad.
Als Deurnenaar wil ik dat we verstandig omgaan met het groen in onze straten en buurten. Dat betekent bestaande bomen zoveel mogelijk beschermen en verplanten waar dat haalbaar is. Tegelijk moeten we nieuwe bomen voldoende ruimte geven om gezond en oud te worden.
Na dit bezoek is één ding nog duidelijker geworden: achter iedere sterke stadsboom zit jarenlang werk.




